Erfelijkheidsleerin een notendop

Genetica is een ingewikkelde materie. Toch is de basiskennis van hoe eigenschappen van katten overerven onontbeerlijk voor hen die met katten (willen gaan) fokken. Het minste dat je van een fokker zou mogen verwachten, is dat die op basis van de ouderdieren en diens voorouders een voorspelling wat betreft de te verwachten kittenkleuren kan maken, en inzicht in de vererving van ziektes die bij het ras voor kunnen komen.

Voor wie geen uitgebreide cursus Kattengenetica wil volgen, hieronder in het kort de basisprincipes zoals van toepassing bij de Noorse boskat voorkomende vachtkleuren en -patronen. Meer over hoe bij de Noorse boskat voorkomende erfelijke ziektes vererven, is elders op deze website te lezen.

Inleiding

Het lichaam van een kat is opgebouwd uit cellen. In iedere cel zit een kopie van het erfelijkheidsmateriaal van de ouders van deze kat, in de vorm van chromosomen. Bij mensen en ook bij katten komen chromosomen altijd in paren voor.
De erfelijke informatie in een chromosoom waarin alle erfelijke eigenschappen van de kat zijn vastgelegd is opgeslagen in de vorm van DNA-strengen.Cellen, chromosomen, DNA en genen

De stukken DNA die informatie bevatten, worden genen genoemd. Genen bepalen alle erfelijke eigenschappen, bijvoorbeeld vachtkleur en vachtpatronen, maar ook erfelijke ziektes.

Ververing kan recessief of dominant plaatsvinden.
Bij dominante vererving van een eigenschap hoeft een individu maar van één ouder het chromosoom voor deze eigenschap te vererven om de eigenschap te vertonen.
Bij recessieve vererving zal het individu van beide ouder een chromosoom van deze eigenschap moeten vererven om deze te gaan vertonen.

Geslacht

Er bestaan twee geslachts chromosomen, namelijk een X-chromosoom en een Y-chromosoom. XY (kater) en XX (poes)De combinatie van deze chromosomen bepaalt of een kat een poes of kater is.
Bij zoogdieren en dus ook katten geldt altijd dat:

XY --> man
XX --> vrouw

Vachtkleuren

Zwart en rood

Basaal gezien bestaan er maar 2 haarkleuren: zwart en rood.
Kleuren als blauw, crème en amber zijn het gevolg van andere genen op de kleuren zwart en rood.
Wit en met wit liggen op nog weer andere genen vastgelegd.
Hier kom ik verderop op terug.

De basis haarkleur (zwart of rood) van een kat ligt vastgelegd op het X-chromosoom.
Dat houdt automatisch in dat poesjes twee keer een kleur toegedeeld krijgen, want zij hebben twee X-chromosomen. Van elke ouder krijgen poesjes één X-chromosoom en dus erven ze ook van elke ouder een kleur. Om die reden kunnen poesjes meerdere kleuren hebben (lapjes poezen).

Voorbeeld: vader is effen rood, moeder is effen zwart.
De kittenpoesjes zullen tortie zijn (zwart en rood), aangezien ze een X-chromosoom van hun vader erven waar de kleur rood aan verbonden is, en van hun moeder een X-chromosoom waaraan de kleur zwart verbonden is.

Katertjes daarentegen erven het Y-chromosoom van hun vader, en zullen de kleur van hun vader dus nooit kunnen erven. Het enige X-chromosoom dat zij krijgen, erven ze van hun moeder en erven daarmee dus tegelijkertijd de kleur van hun moeder, of één van haar kleuren als zij meerkleurig is (tortie).

Vraag: volgens de stamboom van een rood katertje is de vader effen rood, en de moeder effen zwart. Is dit genetisch gezien mogelijk?

Antwoord: nee. Een katertje erft maar één chromosoom van elke ouder. Aangezien hij een katertje is (XY), kan het niet anders zijn dan dat hij zijn Y-chromosoom van zijn vader heeft gekregen. Het X-chromosoom waaraan de haarkleur is verbonden, moet dus van de moeder komen. De moeder is zwart, katertjes uit deze combinatie kunnen daarom enkel zwart zijn.
Conclusie: de op de stamboom opgegeven kater kan NIET de vader van dit katertje zijn en de stamboom is daarmee onjuist.

Blauw en crème
Het gen dat de verdunningsfactor wordt genoemd, bepaalt of zwart en rood er als zwart en rood uit zien, of dat deze kleuren ogen als blauw en crème.
Het gen van de verdunningsfactor heeft wederom 2 chromosomen. Om de verdunning te zien (dus om blauw of creme te zijn), moet een kat van beide ouders een chromosoom voor verdunning hebben georven.
Heeft een kat maar 1 chromosoom voor verdunning, dan zie je daar aan de buitenkant niets van.
Dit heet recessief vererven: er zijn twee chromosomen nodig voor deze eigenschap om hem te openbaren.
Amber
Dit is een gen dat de basiskleur zwart beïnvloedt.
Ook de amberkleur vererft recessief. Net als bij de verdunningsfactor, heeft het gen voor amber 2 chromosomen. De kat heeft altijd van elke ouder een chromosoom voor amber nodig om hem ook amberkleurig te laten worden.
Met wit
Dit wordt ook wel het 'Piebald' gen genoemd. Ook dit gen bestaat weer uit 2 chromosomen. Maar, in dit geval is er maar één chromosoom voor Piebald nodig om de witte vlekken te openbaren. Dit wordt dominant vererven genoemd.
Het vererven van deze eigenschap gaat overigens zeer grillig als het gaat om de hoeveelheid wit (de grootte van de witte vlekken).
Wit
Een geheel witte vacht (met in de kittentijd vaak een gekleurde kopvlek die later verdwijnt) ligt op een ander gen vastgelegd dan de 'met wit' eigenschap.
Ook dit gen bestaat weer uit twee chromosomen, waarbij één chromosoom voor een geheel witte vacht al voldoende is om de vacht geheel wit te laten zijn. Deze eigenschap vererft dus dominant.
De witte vacht ligt als het ware als een deken over de oorspronkelijke kleur heen. Die kan bijvoorbeeld blauw zijn. Wanneer een geheel wit kitten een kopvlek heeft, verraadt die kopvlek meestal al de onderliggende kleur van de kat. Van belang om te weten als je met deze kat gaat fokken, want die onderliggende kleur kan ook weer aan het nageslacht (de poesjes) door worden gegeven.

Het tabbypatroon (agouti)

Gemarmerd Noorse boskat kitten
Elke kat heeft een tabbypatroon, ook de effen katten (zie onder het kopje 'Effen (non-augouti)'). Hieronder een opsomming van bij Noorse boskat erkende tabbypatronen en hoe deze vererven.

Gestreept (mackerel)
Dit tabbypatroon vererft dominant ten opzichte van gemarmerd. Er is maar één chromosoom van één van beide ouders nodig om dit patroon tot uiting te laten komen.
Gemarmerd (blotched of classic)
Dit tabbypatroon vererft recessief ten opzichte van gestreept. Een kitten heeft van elk van de ouders een chromosoom voor het marmerpatroon nodig om ook gemarmerd te worden.
Spotted (gevlekt)
Spotted (bij Noorse boskatten en Maine Coons) lijkt te ontstaan door meerdere genen die het vachtpatroon gestreept beïnvloeden. Het inzicht ontbreekt nog om exact aan te geven hoe dit vachtpatroon vererft.
él onder invloed van één bepaald gen te ontstaan.
Ticked
Ticked ontstaat door een apart gen dat het tabbypatroon onderdrukt. Ticked vererft dominant, er hoeft dus maar van één ouder het ticked chromosoom te worden verkregen om het ook te tonen.

Effen (non-agouti)

Het zogenaamde non-agouti gen maskeert het tabbypatroon van een kat en oogt dan effen (terwijl het tabbypatroon net als bij wit nog wel onder het jasje aanwezig is). Het vererft recessief, dat wil zeggen dat een kitten van beide ouders een non-agouti chromosoom moet erven om effen te worden.

Om het ingewikkeld te maken: het lukt dit gen niet om het tabbypatroon in het rood van katten te onderdrukken. Een rode kat zal dus altijd een tabbypatroon laten zien, ondanks dat hij/zij genetisch gezien misschien effen is.

Hoe kan je dan toch vaststellen of rode kat effen is?

  • Ten eerste vanuit de erfelijkheidsleer: een rode kat uit twee effen ouders zal altijd genetisch effen zijn.
  • Ten tweede aan de kin (mits de kat daar geen witte vlekken van het Piebald gen heeft): bij rode katten met een tabbypatroon is deze wit, bij effen rode katten is deze rode (soms wat lichter rood dan de rest van de vacht).
  • Ten derde zijn de haren die uit de oren groeien bij effen katten gekleurd, daar waar ze bij tabbykatten heel licht van kleur zijn.
  • Ten vierde (dit is niet helemaal waterdicht en moeilijker te zien): het binnenrandje langs de oren is bij tabbykatten licht van kleur (beigeachtig) terwijl dit bij effen katten de kleur van de kat heeft (zwart, blauw, rood of crème).

Het verschil tussen effen rood en rood tabby

Links een effen rode Noorse boskat, rechts een rood tabby Noorse boskat

 

Zilver / smokeZwart smoke kater

Het gen voor zilver bestaat ook weer uit 2 chromosomen en vererft dominant. Eén chromosoom is voldoende om het zilver te tonen. Dat betekent dat bij een zilver (of smoke, zoals het zilver bij een effen kat wordt genoemd) kitten er automatisch altijd 1 van de ouders zilver moet zijn.
Bij smoke is dit in het geval van zogenaamde 'low grade' smokes soms lastig te zien. Dit wil zeggen vachten waarbij de ontkleuring aan de haarbasis amper zichtbaar is, maar waarbij via nageslacht later toch blijkt dat er sprake was van smoke bij deze ouder.

Patronen en witverdeling in beeld gebracht

Cattery CorkyCoon heeft op haar homepage een duidelijk overzicht geplaatst met tekeningen van tabbypatronen en witpatronen.

En ja, bovenstaande gelinkte pagina is in het Deens. Voor wie wat fantasie heeft als het gaat om de interpretatie van de Nederlandse vertalingen, hier een door Google vertaalde versie:

Namen van de genen

Voor het gemak worden de genen met een lettercode aangeduid. Een hoofdletter betekent een dominant verervend chromosoom, een kleine letter een reccesief verervend chromosoom. Hieronder een overzichtje.

A agouti (tabby)
a non-agouti (effen)
B zwart
C full colour (geen points, maskers etc)
D vaste vachtkleur (niet verdund)
d verdunde vachtkleur
e amber
I zilver
i niet-zilver
Mc gestreept
mc gemarmerd
O rood
S met wit
s zonder wit
W wit
w niet wit

Op deze manier kan je een genetische code voor je katten vaststellen. Wanneer je een chromosoom niet weet, schrijf je een liggend streepje.

Voorbeeld

gencode voor Amber fan de Grutte Ferlieding (zwart schildpad tabby gemarmerd met wit): A- B- C- Dd ii mcmc Oo S- ww
gencode voor Iris fan de Grutte Ferlieding (zwart schildpad tabby gemarmerd): A- B- C- Dd ii mcmc Oo ss ww

 

laatste update van deze pagina: 02.08.2017